maandag, mei 01, 2006

Zeg nooit nooit.

Het had allemaal zijn oorsprong in de staat New York.

Het was het jaar van de eerste maanlanding. Midden in de nacht was ook ik getuige van een reeks schimmen op onze zwart-wit televisie. Geen kat die achteraf durfde te bekennen dat Amstrong nagenoeg onzichtbaar was.

Het was het jaar dat Merckx senior al zijn concurrenten op meerdere fietslengtes of liever tandemlengtes reed. Als trouwe Godefrootsupporter bleef ik echter dat jaar herinneren omwille van zijn spectaculaire overwinning in Parijs-Roubaix, op enkele kilometers van de bakkerij van de broer van mijn grootvader zaliger.

En tenslotte was 1969 het jaar waar éne Helmut Lottigiers de wereld verwelkomde met zijn eerste kreet, de voorloper van zijn legendarische ‘Helmut goes classics’.

Temidden van die gebeurtenissen die de wereldgeschiedenis beïnvloed hebben, was er ook een belangrijke geboorte te melden in het kleine plaatsje Woodstock. Daar werd uit enkele containers en een tweetal initiatiefnemers een festival uit de zandgrond gestampt. De avant-lettre van Torhout-Werhter of het festival in Avignon.

Het idee was achteraf bekeken op zich zo eenvoudig dat het verrassend is dat het pas in 1969 ontdekt werd.

Al wat je in feite nodig had, was een brave landbouwer (en wees gerust, die bestaan zeker! Kijk maar naar Boer zkt vrouw) die bereid was voor de prijs van een prijsbeest zijn weiland een weekendje ter beschikking te stellen. Verder moest je zorgen voor voldoende lekkere, liefst alcoholische dranken. Een beetje drugs, sex, rock en roll moest je als organisator best toelaten.

Festivalweides.
Niet aan mij besteed.
Ik zie me niet direct met pak én rugzak afzakken naar the middle of nowhere om daar temidden van duizenden hippies, en alternatievelingen mijn weekendje door te brengen.

Maar om het op zijn James Bonds te zeggen;: Never say never.

En zo zette ik op respectabele leeftijd zaterdag mijn eerste pasjes op de wei.
Op de festivalwei in de Gasthofstraat te Gijzegem.
Het moge gezegd worden: ‘Het had slechter gekund’.


Buiten een serieuze pletsbui was er op geen enkel moment gevaar voor orkanen, stormen of windhozen – zodat ik relatief veilig was in de immense festivaltent.
Verder prees ik mij gelukkig om geen Lottigiers, Metallica of Chinitoroptredens te moeten verwerken.
Voor alle zekerheid had ik wel een stel oordopjes in mijn jaszak gestopt.
Maar de folkklanken waren écht te pruimen.

Festivals hebben nu eenmaal de traditie om een lang voorprogramma te hebben, die moet resulteren in een climax. En om het in meer levendiger termen te stellen: een lang voorspel die moet leiden tot een onvergetelijk orgasme.

Met andere woorden: omstreeks zeven uur werd het startschot gegeven. De daaropvolgende uren kreeg ik zeer veel luide klanken van saxofoon, drumstel, doedelzak, dwarsfluit en viool te verwerken.

Na vier uur festivalervaring hield ik het voor bekeken.
Ik ben trouwens niet meer van de jongste.
De climax haalde ik niet meer.

1 Reacties

At woensdag, juni 14, 2006, Blogger maxentia said...

Zo ben ik al sedert de middeleeuwen die hard fan van Dranouter. En de laatste 10 jaar neem ik me achteraf steevast voor : nooit meer. Wegens te luid, te ver weg van het oorspronkelijke, te veel volk, te commerciëel. Waarom ik toch elk jaar rond deze tijd weer zin krijg? Omdat er zo veel moois te beleven valt : nieuwe (folk)muziek te ontdekken, jonge mensen, die kunnen zo prachtig zijn, daar blijf ik naar kijken. En omdat ik mij ondanks m'n leeftijd blijf verheugen in een eventuele climax?

 

Een reactie plaatsen

<< Home